MOTORBOOT - februari 1998
Rustig en degelijk
De vraag naar traditioneel ogende boten met een robust uiterlijk en met een comfortabele verblijfsaccommodatie voor twee personen wordt steeds groter. Vooral de 'jonge ouderen', de al of niet vervroegd gepensioeneerden, heeft best wat te besteden en is dan ook een dankbare doelgroep. De Roeier 1000 van jachtwerf Wolf uit Deventer [nu JachtbouwZeeland te St-Annaland] is dan ook speciaal voor dit marktsegment ontworpen. Bij de eerste kennismaking in 1996 was de boot niet volledig afgewerkt. Ook op de uitvoering die op de laatste show in IJmuiden in 1997 werd getoond en waarmee we ook een proefvaart maakten, was nog niet helemaal volmaakt. De werf staat echter open voor suggesties en zal bij verdere produktie verbeteringen aanbrengen.
De Roeier wordt inder CE-keurmerk gebouwd. Dat Europese keurmerk biedt overigens geen garanties voor de kwaliteit, want er bestaat niet zoiets als een keuring, maar geeft wel aan dat een groot aantal onderdelen voldoet aan bepaalde specificaties. Gasinstallatie, constructie, verlichting, uitzicht, veiligheid aan dek en standpijpen behoren tot de aandachtspunten en als aan die normen achteraf niet wordt voldaan, heb je natuurlijk wel verhaal. Norm is ook dat bij de boot een volledige technische documentatie wordt geleverd..
De naam is geínspireerd op de boten van de roeiers, waarmeen in Rotterdam en Amsterdan de trossen van de zeeschepen worden vastgemaakt op de wal. Op werkboten gebaseerde pleziervaartuigen zijn er meer, maar de ontwerper, K.P. Kornaat uit de Lier, heeft met wat eigenzinnige lijnen toch kans gezien iets bijzonders, of zo u wilt afwijkends, op papier te zetten.
Casco
De in dubbel knikspant uitgevoerde romp oogt niet alleen robuust, maar is dat ook. Een kielzool van 15 millimeter staal, een romp van 5 mm dikte, spanten om de 40 cm en drie waterdichte schotten zorgen voor een goed en stijf casco. Alles wordt dubbel gelast. Dek en opbouw zijn van 4 mm plaatstaal. In de hele benadering verraadt zich de oorsprong van de werf: 25 jaar geleden begonnen met het bouwen van werkschepen, o.m.veerbootjes en blusboten. Later liepen er van dezelfde ontwerper ook zeiljachten van stapel. Nu wil men zich met de Roeier nog meer richten op de watersport.
Het ontwerp onderscheidt zich vooral door de zeer ruime 40 cm brede gangboorden en een royaal voordek. Voor een boot van dit formaat werkelijk bijzonder en het garandeert, met de stevige en ongeveer kniehoge rvs reling, veilig en gemakkelijk werken aan dek, ook als je niet zo lenig en snel meer bent. Dat gevoel van veiligheid wordt nog versterkt door de ongeveer 20 cm hoge verschansing. Je loopt buiten zogezegd nog in de boot. De opbouw en met name het stuurhuis is daardoor natuurlijk wat smal uitgevallen.Het tweede markante punt is de spiegel die net even boven het water uitsteekt. het water zal daardoor beter loslaten, waardoor de boot minder golven maakt.
De lengte over alles van deze boot is tien meter. Er is ook een twaalf meter uitvoering en er wordt ook gewerkt aan een negen en elf meter versie. De breedte bedraagt 3,50 meter en de diepgang 0,90 meter. de kruiphoogte is, na het strijken van de mast 2,40 meter. Met de mast is de hoogte 3,40 meter. dat zijn handzame afmetingen waarmee een groot vaargebied in en buiten Nederland open ligt en vrijwel altijd nog wel een afmeerplekje te vinden is.
Standaard
De uitvoering is eenvoudig. Dat geldt overigens voor de hele boot. 'We willen in de standaarduitvoering geen overdreven luxe aanbrengen, omdat we denken dat de klant liever veiligheid, goede maten en een degelijke connstuctie combineert met een zo laag mogelijke basisprijs. Wil men toch meer luxe, dan kan dat natuurlijk', aldus de werfeigenaar. Dat betekent overigens niet dat het er erg sober uitziet, want er is op sommige zaken niet gespaard. Er staan bijvoorbeeld ruim voldoende stevige rvs bolders aan dek en de kluisgaten waar de landvasten door moeten zijn voorzien van rvs slijtstrippen. Afwijkend van het model dat op de Hiswa werd getoond, worden nu betere aluminium ramen en een zwaardere stuurinstallatie toegepast. Op het voordek staat standaard een ankerlier met 25 meter ketting. Het bijbehorende anker hangt tegen een ruim bemeten rvs ankerplaat. Het bergijzer is voorzien van rubber profiel. Het verfsysteem is van Sikkens. De grondlagen op voorbehandelde gestraalde plaat zijn een tweecomponenten epoxy, waarna een normale aflak volgt. Ook zijn stuurhut en kajuit in de standaardversie voorzien van isolatie.
Indeling en betimmering
In de voorpiek is de anketkettingbak opgenomen. Daarachter volgt een afgescheiden tweepersoons hut met twee patrijspoorten, veel kastruimte en een groot vlucht/ventilatie luik. Onder de dubbele kooi is een 100 liter rvs drinkwatertank geplaatst.
Aan bakboord is daarachter de kombuis geplaatst in een hoekopstelling, standaard voorzien van gootsteen, koelkast en gaskomfoor, er naast bevindt zich de ruime toiletruimte met wasbak. Aan bakboord bevindt zich op de plaats waar in veel boten een dinette zit, een L vormige eethoek met een in hoogte verstelbare salontafel, waarvan een tweepersoons kooi gemaakt kan worden. Hierdoor komt het aantal slaapplaatsen op vier. Onder de vloer zit een vuilwatertank van 180 liter, behandeld met zware coating.
Met een trapje kom je in het dekhuis met aan bakboord een goed uitgeruste overzichtelijke stuurstand, vanwaar je een mooi uitzicht over de omgeving hebt. Het middelste frontraam is klapbaar. Verder is er een stuurstoel met daarachter een hoekbankje. Aan stuurboord is langs de gehele wand een vaste bank geplaatst. Voor een tweede stuurstoel - voor grote reizen is dat volgens mij een vereiste- zou de indeling grondig veranderd moeten worden maar dat kan natuurlijk. De aftimmering in kersehout is eenvoudig, maar wel scheeps met veel ronde hoeken en royale mooi gefreesde lijsten en profielen in massief hout. Standaard is alles met matte lak afgewerkt. De stoffering past er mooi bij.
Kuip
Daarna volgt een ruime open kuip met een in de constructie openomen achterbank. In die bank zit bergruimte. Onder de kuipvloer, standaard uitgevoerd met teakdek, is eveneens bergruimte. Door het sterk oplopende vlak-achterste deel steekt immers boven het water uit- is die ruimte minder diep dan we gewend zijn. Onder de gangboorden zijn kastjes gemaakt. Standaard wordt een mahoniehechthouten schot met een deur in het midden ingebouwd. Tegen meerprijs wordt dat vervangen door drie centimeter dik massief teakhout. Onder het ruime achterdek is een gasbun (voor twee flessen) en de toegang tot de stuurinstallatie. Een rvs zwaaitrap is onderdeel van de reling.
Voortstuwing
Onder het stuurhuis bevindt zich de motorruimte die wordt begrensd door twee waterdichte schotten. Daarin staat een 65 pk (48kw) 4 cylinder Yanmardiesel met oplading, die zijn vermogen levert bij 3600 toeren per minuut. De motor is flexibel opgesteld en ingebouwd met een homokinetische koppeling, die overdracht van trillingen op het casco sterk vermindert. De fundatie is zwaar uitgevoerd met hoekprofielen van 12 millimeter en loopt van schot tot schot. de rechtsdraaiende drieblads schroef, doornee 19, spoed 13 duim, wordt via een watergesmeerde as met olieafdichting (100% lekvrij) aangedreven. Standaard wordt een lenspomp gemonteerd. Er zijn hier twee rvs brandstoftanks geplaatst elk van 250 liter en twee accu's van 120 ah. die via een diodebrug worden geladen. De electrische installatie heeft een spanning van 12 volt en is voorzien van een walaansluiting.
Varen
De Roeier is een typische waterverplaatser. Het stuurgedrag is rustig, ook in de bochten. Als je bij het draaien volle kracht geeft blijft de boot mooi vlak liggen en draait zonder over te hellen. De Roeier draait een cirkel van ongeveer twee scheepslengten over stuurboord en anderhalf over bakboord. Aan de ruime kant maar daar kun je rekening mee houden. Achteruitvaren gaat redelijk en bij een (noodstop) krijg je eerst het wonderlijke gevoel dat er niets gebeurt, waarna je toch redelijk snel tot stilstand komt. Ook het manoeuvreren is even wennen door de wat trage reacties.
Hij ligt mooi recht in het water en dat blijft ook zo bij hogere snelheden en er zijn dan ook geen vervelende hekgolven. De rompsnelheid ligt ongeveer bij 12 kilimeter per uur bij 3200 toeren. Bij lagere snelheden, de boot kan ook zeer langzaam, is het motorgeluid zacht te horen en treedt verder geen enkele trilling op. Ook bij hoge toerentallen is het geluid niet hinderlijk. Er is overigens op eenvoudige wijze nog veel verbetering aan te brengen in de geluidsisolatie.
Op de IJssel waar de proefvaart plaats vindt, gedraagt de boot zich goed. De kleine golven die er zijn worden goed 'genomen'. Volgens de heer Wolf doet hij het ook goed op het IJsselmeer, waar de boot ondanks de pittige dwarsinkomende wind goed op koers bleef en de golven, zonder echt vervelende rolbewegingen, onder zich door laat glijden. Tijdens de natte Hiswa werd het ook nog even op de Noordzee (met flinke golfslag) geprobeerd. Ook daar bleken de voordelen van deze rompvorm; het duiken van de boeg in de golven kwam niet voor.
Ook maakt het voorschip geen klappen in korte golfslag. De golven lopen rustig onder de boot door, respectievelijk de boot wordt goed opgetild en zakt daarna rustig in het golfdal.
Albert Eefting.